Examplary
Begin gratis
Alle gidsen

Oefenruimtes

Tips voor oefenruimtes

Laatst bijgewerkt op

Oefenruimtes helpen leerlingen het meest als je rijk bronmateriaal toevoegt, elke oefenruimte bij één hoofdstuk of thema houdt en leerlingen een paar weken lang steeds even laat terugkomen. Vertel ze hoeveel ze moeten oefenen, en kijk op het tabblad Inzichten wie op schema ligt. De tips hieronder komen van docenten die oefenruimtes met hun klassen gebruiken.

Ze laten ook zien wat we terugzien in de oefenruimtes waar leerlingen het meest van leren. Nieuw met oefenruimtes? Begin dan met Je eerste oefenruimte maken in Examplary.

Voeg rijk bronmateriaal toe

Bronmateriaal is de basis van elke oefenruimte. De vragen die leerlingen zien, de feedback die ze krijgen en de begrippen in de hele oefenruimte komen uit wat jij toevoegt. Hoe meer relevant materiaal, hoe beter de oefenruimte zijn werk kan doen.

Voeg de hoofdstukken uit de methode, je aantekeningen en het leesmateriaal toe waar je leerlingen al mee werken. Heb je voorbeeldvragen uit eerdere toetsen of examens, voeg die dan ook toe: daaraan ziet de AI welk soort vragen je verwacht en welke moeilijkheid bij je klas past. In Bronmateriaal toevoegen in Examplary lees je wat je allemaal kunt toevoegen. Heb je al een toets over dezelfde stof? Met Een oefenruimte maken van een toets neem je het bronmateriaal in een paar klikken over.

Wees niet bang dat het te veel wordt. Een oefenruimte met twintig zorgvuldig gekozen pagina's bronmateriaal levert betere vragen op dan een met één samenvatting, ook als die samenvatting dezelfde stof behandelt.

Houd onderwerpen klein en concreet

Een oefenruimte over één hoofdstuk uit de methode werkt bijna altijd beter dan een over een heel vak. Met afgebakende onderwerpen weet de AI precies waarover hij vragen maakt, en zien leerlingen beter dat ze vooruitgaan.

Verdeel je je stof over kleinere oefenruimtes, dan zien leerlingen ook beter waar ze meer hulp bij nodig hebben. Een onderwerp als "De Tweede Wereldoorlog" is te breed om iets mee te doen; "Oorzaken van de Tweede Wereldoorlog" of "De oorlog in de Stille Oceaan, 1941–1945" laat jou en je leerlingen veel beter zien waar ze staan. Onderwerpen hernoemen, verplaatsen, verwijderen en toevoegen doe je bij Relevante onderwerpen, zie Een oefenruimte instellen.

Twijfel je, kies dan voor meer oefenruimtes met kleinere onderwerpen, in plaats van één grote oefenruimte die alles wil behandelen.

Laat leerlingen vaak en lang oefenen

Oefenruimtes zijn gebouwd rond twee principes die alleen over een langere tijd werken: gespreid herhalen en afwisselen. Gespreid herhalen versterkt het langetermijngeheugen door begrippen steeds met wat meer tijd ertussen terug te laten komen. Afwisselen verdiept het begrip door onderwerpen door elkaar aan te bieden, zodat leerlingen leren herkennen welke aanpak bij welk probleem hoort. Dat maakt het adaptief oefenen in plaats van een vast werkblad.

Voor allebei moeten leerlingen een aantal keer terugkomen, verspreid over dagen of weken. Een leerling die een oefenruimte in één lange sessie doorwerkt, heeft er veel minder aan dan een leerling die twee weken lang elke dag een kwartier oefent, ook al besteden ze in totaal even veel tijd.

Introduceer je een oefenruimte in de klas, breng het dan als iets waar ze regelmatig naar teruggaan, niet als een losse opdracht. Plan het waar je kunt in het ritme van je lessen.

Spreek duidelijke oefendoelen af

Leerlingen doen beter mee als ze weten wat er van ze verwacht wordt. Bepaal voordat je een oefenruimte deelt hoeveel je wilt dat ze oefenen, en zeg dat duidelijk. Dat kan een aantal vragen zijn, een aantal keer per week, of een niveau dat ze per onderwerp moeten halen.

Geef het doel mee met de link naar de oefenruimte, en kom erop terug als de toets dichterbij komt. Op het tabblad Inzichten zie je snel wie op schema ligt en wie een duwtje nodig heeft, zodat je op tijd kunt bijsturen in plaats van op het laatste moment. Wat je daar ziet, lees je in Voortgang van leerlingen volgen.

Een duidelijk doel helpt leerlingen ook om hun eigen werk te plannen. Zonder doel stoppen veel leerlingen zodra ze vinden dat ze genoeg hebben gedaan; met een doel hebben ze iets concreets om naartoe te werken en zien ze dat ze vooruitgaan.

Verder lezen

Tips voor oefenruimtes · Examplary