Druk overal in Examplary op Ctrl + K (⌘ K op een Mac) en de opdrachtenlijst gaat open: een doorzoekbare lijst met alle opdrachten op die pagina, met de sneltoets ernaast. In de toetseditor ga je met sneltoetsen van vraag naar vraag, kopieer, verplaats en verwijder je vragen, voeg je nieuwe toe en maak je iets ongedaan zonder muis.
Heb je een paar toetsen gemaakt, dan merk je dat je steeds dezelfde dingen doet: een vraag toevoegen, een vraag een stukje omhoog zetten, een vraag kopiëren die bijna goed is. Dat kan allemaal met de muis, maar met het toetsenbord gaat het veel sneller.
Hieronder staan de sneltoetsen voor allebei. Waar je Ctrl ziet (Windows en Linux), druk je op een Mac op de Command-toets (⌘).
De opdrachtenlijst: één sneltoets voor alles
Onthoud je maar één sneltoets, neem dan deze: druk overal in Examplary op Ctrl + K (⌘ K op een Mac) en de opdrachtenlijst gaat open.
In de opdrachtenlijst staat alles wat je op de huidige pagina kunt doen. Begin te typen ("dupliceren", "instellingen", "ongedaan") en druk op Enter om de opdracht uit te voeren. Verder hoef je niets uit je hoofd te leren: elke opdracht in de lijst toont zijn sneltoets erachter, dus de sneltoetsen voor wat je vaak doet, leer je vanzelf.
Van vraag naar vraag
Tijdens het bewerken van een toets spring je zonder muis van vraag naar vraag:
| Wat | Windows / Linux | Mac |
|---|---|---|
| Naar de volgende vraag | Ctrl + ↓ | ⌘ ↓ |
| Naar de vorige vraag | Ctrl + ↑ | ⌘ ↑ |
| De vraag deselecteren | Esc | Esc |
De pijltjes werken ook terwijl je in een vraag typt. Je schrijft dus een antwoordoptie af en gaat met Ctrl + ↓ meteen door naar de volgende vraag. Onderaan de toets springt de selectie terug naar de eerste vraag, en bovenaan naar de laatste. Typ je in een veld, dan verlaat je met de eerste Esc het veld en deselecteer je met de tweede de vraag.
Werken aan de geselecteerde vraag
Is een vraag geselecteerd (klik erop, of ga erheen met de sneltoetsen hierboven), dan werken deze sneltoetsen op die vraag:
| Wat | Windows / Linux | Mac |
|---|---|---|
| Dupliceren | Ctrl + D | ⌘ D |
| Verwijderen | Ctrl + Backspace | ⌘ ⌫ |
| Omhoog verplaatsen | Ctrl + Shift + ↑ | ⌘ ⇧ ↑ |
| Omlaag verplaatsen | Ctrl + Shift + ↓ | ⌘ ⇧ ↓ |
| Formule toevoegen | Ctrl + Shift + F | ⌘ ⇧ F |
Een paar daarvan zijn extra handig:
- Dupliceren werkt goed als je een reeks vergelijkbare vragen schrijft. Maak de eerste zoals je hem wilt, druk op Ctrl + D en pas alleen aan wat anders is.
- Met Omhoog verplaatsen en Omlaag verplaatsen zet je vragen snel in een andere volgorde. Houd Ctrl + Shift ingedrukt en tik een paar keer op een pijltje om een vraag naar zijn nieuwe plek te brengen.
- Formule toevoegen zet een wiskundige formule in de vraagtekst, handig bij wiskunde en de bètavakken.
Vragen toevoegen
Met Ctrl + Shift + = (⌘ ⇧ = op een Mac; denk aan "plus") spring je naar Vraag toevoegen onderaan de toets, met het veld voor een nieuwe vraag met AI klaar om in te typen. Typ waar de vraag over moet gaan, en de AI schrijft een eerste versie. Zo werkt toets maken met AI ook voor losse vragen.
Wil je zelf een bepaald vraagtype toevoegen? Sommige vraagtypes hebben een eigen sneltoets, die in de hoek van hun tegel bij Vraag toevoegen staat: ⌘1 voor Kort antwoord, ⌘2 voor Uitgebreid antwoord en ⌘3 voor Meerkeuze (op Windows Ctrl in plaats van ⌘). Druk erop waar je ook bent in de editor, en onderaan je toets komt een nieuwe vraag van dat type, klaar om in te vullen.
Ongedaan maken, opnieuw en de rest van de toets
Een paar sneltoetsen werken op de hele toets:
| Wat | Windows / Linux | Mac |
|---|---|---|
| Ongedaan maken | Ctrl + Z | ⌘ Z |
| Opnieuw | Ctrl + Y | ⌘ ⇧ Z |
| Toetsinstellingen openen | Ctrl + Shift + E | ⌘ ⇧ E |
| Naar de afdrukweergave | Ctrl + P | ⌘ P |
| Naar Toets bewerken, Afdrukken of Nakijken | Ctrl + Alt + 1, 2 of 3 | ⌘ ⌥ 1, 2 of 3 |
Ongedaan maken en opnieuw werken voor alles wat je in de editor doet: tekst aanpassen, vragen verwijderen, de volgorde veranderen. Ze werken alleen op je eigen wijzigingen, dus als een collega in dezelfde toets werkt, blijft zijn werk staan (zie Samenwerken aan toetsen met collega's). En omdat Examplary je toets doorlopend opslaat terwijl je typt, is er geen sneltoets om op te slaan. Wat je in de afdrukweergave kunt doen, lees je in Een toets afdrukken in Examplary.
Vanuit het overzicht van je toetsen
Het overzicht met al je toetsen heeft eigen sneltoetsen. Sommige zijn twee toetsen na elkaar: C dan T betekent: druk op C, laat los en druk op T.
| Wat | Sneltoets |
|---|---|
| Nieuwe toets maken | N, of C dan T |
| Bestaande toets importeren | C dan I |
| Nieuwe oefenruimte maken | C dan P |
| Map maken | C dan F |
Op dezelfde manier ga je snel naar andere plekken in Examplary, met G van "ga naar": G dan A voor al je items, G dan M voor je bronmaterialen, G dan Q voor de vragenbank, G dan L voor de bibliotheek en G dan S voor je accountinstellingen.
De snelste weg van "ik heb een nieuwe toets nodig" naar vragen schrijven is dus: open Examplary, druk op N en begin te typen.
Er een gewoonte van maken
Je hoeft ze niet allemaal tegelijk te leren. Zo bouw je het rustig op:
- Begin met de opdrachtenlijst (Ctrl + K / ⌘ K) en gebruik die voor alles. Je ziet de sneltoetsen vanzelf.
- Neem daarna de pijltjes erbij, Ctrl + ↑ en Ctrl + ↓, want van vraag naar vraag gaan doe je het vaakst.
- Voeg dupliceren, verplaatsen en verwijderen toe zodra slepen met de muis traag begint te voelen.
Na een toets of twee weten je handen de sneltoetsen eerder dan jij.